Skip to content Skip to footer

Phishing: is uw verdwenen geld echt verloren?

De bank moet in principe eerst terugbetalen en pas daarna betwisten.

Een valse bankwebsite, een frauduleuze link of een gehackte mailbox: phishing wordt steeds professioneler en ook ondernemingen zijn een geliefd doelwit. Wanneer geld van de rekening verdwijnt, wordt vaak aangenomen dat het definitief verloren is. Dat hoeft niet zo te zijn: u heeft wel degelijk kans op terugbetaling door de bank.

Eerst terugbetalen, daarna betwisten

Wanneer zonder toestemming geld van een rekening verdwijnt, hoeft de rekeninghouder zich niet zomaar neer te leggen bij het verlies. Bij een niet-toegestane betalingstransactie moet de bank het verdwenen bedrag in principe onmiddellijk terugbetalen, uiterlijk tegen het einde van de eerstvolgende werkdag.

Dat uitgangspunt is belangrijk: de bank moet in beginsel eerst terugbetalen en kan pas daarna betwisten wie het verlies uiteindelijk moet dragen. Zij draagt dus aanvankelijk het procedurerisico, niet haar klant. Alleen wanneer de bank redelijke gronden heeft om fraude door de rekeninghouder zelf te vermoeden en dit aan de bevoegde overheid meldt, geldt een uitzondering op de onmiddellijke terugbetalingsverplichting.

Ook een beroep op grove nalatigheid laat de bank niet toe deze wettelijke volgorde zomaar om te keren. Het is aan de bank om te bewijzen dat de klant grof nalatig handelde of zijn wettelijke verplichtingen schond. Een gehackte mailbox of het gebruik van de juiste beveiligingscode volstaat daarvoor niet automatisch.

De B2B-uitzondering is geen automatisme

Deze bescherming geldt ook voor ondernemingen. In een B2B-relatie kan de bank wel contractueel afwijken van bepaalde onderdelen van de wettelijke regeling. Dat betekent echter niet dat iedere bepaling in algemene bankvoorwaarden automatisch volstaat.

Recente rechtspraak benadrukt dat de ondernemer duidelijk en ondubbelzinnig met de afwijking moet hebben ingestemd. De concrete overeenkomst, de bankvoorwaarden én de wijze waarop die voorwaarden werden aanvaard, moeten daarom zorgvuldig worden onderzocht. Een eerste afwijzende brief van de bank is dus niet noodzakelijk het einde van het verhaal.

Toegestaan of niet-toegestaan?

Ten slotte is niet elke fraude juridisch hetzelfde. Voert de fraudeur zelf de betaling uit met gestolen codes, via een valse bankwebsite of na misbruik van een betaalinstrument, dan kan sprake zijn van een niet-toegestane betalingstransactie. Dat de betaling correct werd geauthenticeerd met een bankapp, kaartlezer of beveiligingscode, bewijst nog niet dat de rekeninghouder ermee heeft ingestemd.

Geeft een bedrijfsleider of medewerker daarentegen zelf opdracht tot de overschrijving, zoals bij bepaalde vormen van CEO- of factuurfraude, dan kan sprake zijn van een toegestane betaling en ligt de juridische beoordeling anders.

Precies daarom zijn een snelle melding én een nauwkeurige analyse van de concrete feiten, de gebruikte betaalwijze en de toepasselijke bankvoorwaarden doorslaggevend.

Laat u daarbij tijdig bijstaan: een eerste weigering van de bank hoeft niet het einde van het verhaal te zijn.

U kan het artikel raadplegen in Bedrijvig Limburg: https://issuu.com/vokavzw/docs/bedrijvig_limburg_10_oktober_2026

Gert DAMIAANS                                                         

Advocaat – vennoot                                                                 

Privacyoverzicht

Deze site maakt gebruik van cookies, zodat wij u de best mogelijke gebruikerservaring kunnen bieden. Cookie-informatie wordt opgeslagen in uw browser en voert functies uit zoals het herkennen wanneer u terugkeert naar onze site en helpt ons team om te begrijpen welke delen van de site u het meest interessant en nuttig vindt.