Skip to content Skip to footer

De strijd om patenten: waar ligt de grens tussen mens en AI?

In het octrooirecht staat de uitvinder centraal, maar in een AI-tijdperk komt die rol onder druk te staan. AI brengt de stand van de techniek in een stroomversnelling en doet tegelijk de grens tussen mens en machine vervagen.

Wat is een octrooi? En hoe verkrijg ik het?

Een octrooi, ook wel patent genoemd, is een exclusief recht op een uitvinding. Het geeft de houder gedurende een beperkte termijn het recht om die uitvinding te gebruiken, te commercialiseren of te laten produceren.

Om in aanmerking te komen voor bescherming dienen drie kernvoorwaarden vervuld te zijn.

Vooreerst moet de uitvinding nieuw zijn. Ze mag nergens ter wereld al publiek bekend zijn gemaakt. Alles wat behoort tot de “stand van de techniek” of “prior art” kan deze voorwaarde aantasten, zelfs wanneer de openbaarmaking van de uitvinder zelf afkomstig is.

Daarnaast is een inventieve stap vereist. De uitvinding mag niet voor de hand liggen voor iemand uit het vak. Het moet gaan om een echte technische vooruitgang, en niet om een voor de hand liggende variant of combinatie van bestaande oplossingen.

Tot slot moet de uitvinding industrieel toepasbaar zijn. Dat klinkt ingewikkeld, maar betekent simpelweg dat het idee praktisch bruikbaar moet zijn. Het moet mogelijk zijn om het te maken of te gebruiken in een bepaalde sector, zoals de industrie, landbouw of technologie. Een puur theoretisch idee zonder concrete toepassing komt dus niet in aanmerking voor een octrooi.

Wanneer AI het speelveld verandert

Artificiële intelligentie versnelt niet alleen innovatie, maar verandert ook het proces erachter fundamenteel.

Zo draait de DABUS-zaakom de vraag of een AI-systeem als uitvinder kan worden erkend in het octrooirecht.

De Amerikaanse onderzoeker Dr. Stephen Thaler diende octrooiaanvragen in waarbij hij zijn AI-systeem DABUS (Device for the Autonomous Bootstrapping of Unified Sentience) aanduidde als uitvinder. De uitvindingen betroffen onder meer een voedselcontainer en een noodsignaallamp.

De centrale juridische vraag was of een niet-menselijke entiteit als uitvinder kan gelden.

Het Europees Octrooibureau (EPO) wees de aanvragen af en bevestigde dat een uitvinder volgens het huidige Europese recht een natuurlijke persoon moet zijn. Ook andere rechtsgebieden, zoals het VK en de VS, kwamen tot gelijkaardige conclusies.

De kern van de zaak is dus niet zozeer of de AI technisch “iets heeft uitgevonden”, maar wel dat het rechtssysteem uitsluitend menselijke uitvinders erkent als drager van het octrooirecht.

Waar het octrooirecht traditioneel vertrekt vanuit een menselijke uitvinder, zien we vandaag systemen die zelfstandig technische oplossingen genereren. De menselijke rol verschuift zo steeds vaker naar het sturen, het selecteren van output en het valideren van resultaten.

Van erkenning tot herdefiniëring: de menselijke rol in een AI-tijdperk

De vraag is dan ook niet zozeer of AI als uitvinder moet worden erkend. Hierop werd duidelijk, negatief geantwoord in de zaak DABUS. De werkelijke uitdaging ligt elders, namelijk in de herdefiniëring van de rol van de mens in een context waarin machines steeds meer aanwezig zijn in het creatieve en innovatieve proces.

In die dynamiek ligt een kans om de creativiteit van de mens opnieuw te waarderen en te beschermen.

Voor meer vragen omtrent AI en intellectuele eigendomsrechten staan onze specialisten voor u klaar.

Moira BLASCETTA

Advocaat – Vennoot

[email protected]

011/28.64.22

13/04/2026

Privacyoverzicht

Deze site maakt gebruik van cookies, zodat wij u de best mogelijke gebruikerservaring kunnen bieden. Cookie-informatie wordt opgeslagen in uw browser en voert functies uit zoals het herkennen wanneer u terugkeert naar onze site en helpt ons team om te begrijpen welke delen van de site u het meest interessant en nuttig vindt.